Portretfoto Zhipeng LuoToen hij 12 was werd hij door zijn tante geadopteerd uit China. Nu woont hij al 10 jaar in Nederland, waar hij Creative Technology studeert aan de Universiteit Twente. Toch voelt Zhipeng Luo (23) zich niet Nederlands.

 

Door: Julius Tolle

‘’Ik kom oorspronkelijk uit het zuidoosten van China. Ik ben hier in Nederland terechtgekomen omdat het moeilijk is om op te groeien in China. Mijn tante, die toen al in Nederland woonde, besloot om zorg te nemen over mijn zus en ik. Zij adopteerde ons. Sindsdien woonde ik bij haar en haar kinderen.
Het is lastig om op te groeien in China, omdat het land zelf overbevolkt is en het onderwijssysteem van China is ook niet zo goed. Mijn tante wilde dat ik en mijn zusje het ‘betere leven’ zouden hebben, dus adopteerde ze ons.’’

‘’Toen ik in Nederland aankwam kon ik geen Nederlands spreken, en bijna geen Engels. Op een internationale school was ik de eerste vier jaar in Nederland bezig met het leren van Engels. Communicatie was in het begin het grootste probleem, vanwege de taalbarrière. Alle interacties gingen via mijn tante en oom. In het begin was alles een soort twee-stappen-proces om dingen gedaan te krijgen.’’

‘’Er zijn grote culturele verschillen tussen Nederland en China. In China is iedereen heel direct, en hebben ze een beetje een gebrek aan goede manieren. Een groot gedeelte van de oudere generatie Chinezen heeft niet een echte educatie gehad. Daardoor hebben sommige van hen een gebrek aan goed fatsoen. Hierom heeft mijn oom mij de eerste paar maanden dat ik in Nederland was goede manieren aan moeten leren. Hoe moet je normaal eten? Waar laat je de vork en lepel wanneer je klaar bent met eten? Dat soort kleine dingen moest ik allemaal nog leren. De manier waarop mensen zich gedragen is een groot contrast met Nederland.’’

‘’Ik voel me nu nog niet Nederlands, omdat ik niet echt Nederlands spreek. Ik kan het wel, alleen gebrekkig. Als ik nu Nederlands praat met een Nederlander voel ik nog steeds een taalbarrière. Wanneer ik Nederlands praat ben ik niet echt mezelf. Er zit een muur tussen mij en diegene met wie ik praat. Het is dus erg moeilijk voor mij om iemand te leren kennen. Eigenlijk voel ik dus dat ik er niet bij hoor. Ik ben niet een van ‘hen’.’’

‘’Voor mij betekent vrijheid dat je kan doen en laten wat je wilt. Ik voel me soms niet echt vrij in Nederland op die manier. Ik wil graag een parttime baantje, een beetje dozen stapelen in de supermarkt of zoiets. Voor mij is het moeilijk om zo’n baan te krijgen, omdat je goed Nederlands moet praten.’’

‘’Ik ga nog ieder jaar op bezoek in China, de laatste tijd wat minder omdat ik het druk heb met school. Ik ben alleen niet van plan om er ooit nog te gaan wonen. Ik geniet hier erg van het leven en ben heel erg aangepast aan de manier van leven hier. Als ik nu dus terug zou gaan moet ik weer gewend raken aan de lifestyle in China, en dat is een overgang die ik liever niet wil maken. Ik zou dan ook mijn Chinees moeten verbeteren om daar een baan te krijgen.’’

‘’Ik heb geen idee hoe mijn toekomst er uit ziet. Op dit moment wil ik mijn rijbewijs halen, het liefst voor de zomer. Daarna wil ik een jaar of twee doen over het halen van mijn master diploma in Creative Technology, wat ik nu studeer. Ik heb geen idee hoe mijn toekomst er daarna uitziet.’’