Portretfoto RenateRenate Halink – Fonteiner werd als meisje verliefd over de grens. Tot grote schrik van haar moeder. Het was een jongeman uit het Nederlandse dorpje Groenlo met wie ze in 1982 haar geboorteland Duitsland verlaat. Hij werkte bij de bank en spaargeld opbouwen was aan de andere kant van de grens veel gunstiger. Nederland leek haar als jonge vrouw met twee kleine kindjes prachtig, maar echt genieten kon ze in het begin totaal niet. “Ik had het nooit weer gedaan.”

 Door: Liz Vermeulen

“In de weekenden kwam ik naar mijn schoonouders in Nederland. Daar was dan zondags de hele familie. Hartstikke leuk, heel gezellig. Dus ik denk: vrij land, Nederland is leuk. Maar een gewone werkdag ziet er heel anders uit. Dan moet je de kinderen naar school brengen. Je kent de taal niet. Niemand staat op jou te wachten. Je moet boodschappen doen maar weet niet wat je zeggen moet. Ik had helemaal geen idee. Dan krijg je zo’n ongelooflijke heimwee. En dat terwijl het land waar je zo naar verlangt, Bocholt, maar 18/19 km verder op is.”

“Ik durfde niet te praten. Ik dacht ik leer met de kindjes de taal. Want wat die kleintjes kunnen, kan ik ook wel. Maar dat ging totaal niet op. Zij waren veel sneller en veel vrijer in die dingen. Na een tijd gaf ik mij op voor Nederlandse les. Eenmaal daar bleek het een bijspijkerklasje te zijn voor Nederlanders. Dat was direct weer zo’n grote terugslag. Ik was hier een buitenbeentje. Ik had makkelijker moeten praten maar dat durfde ik niet. Ik was bang dat ik dingen verkeerd uitsprak en ging mij terugtrekken. Maar ik ben eigenlijk helemaal niet zo’n typ die schuchter ergens zit. Dat ben ik hier geworden.”

“Nu heb ik kleinkinderen die ik ophaal van school. Laatst beklijfde mij weer dat zelfde gevoel als ik vroeger altijd had wanneer ik mijn eigen kinderen stond op te wachten. Er stond een jonge Duitse vrouw te wachten langs het plein. Ze woonde tijdelijk in Nederland. Niemand zei haar gedag of vroeg haar eens mee. Tot een wat aso vrouwtje zich tot haar betrok. Ik dacht: zie je, het gaat dezelfde weg. Iedereen is druk met zijn eigen leven, eigen vrienden en niemand die ziet dat zo’n vrouwtje niemand heeft.”

“Eigenlijk is de cultuur niet zo verschillend. Het zijn vooral de kleine dingen waaraan je je moet aanpassen als je wilt leven zoals ze hier leven. Bijvoorbeeld dat ze in Duitsland om 16:00 uur koffie drinken. Hier is dat om 10:00 uur. Ik kan moeilijk tegen Nederlanders zeggen: je kunt om 16:00 uur komen, dan gaan wij koffie drinken. Dat doe je niet. Of als op verjaardagen in Duitsland waar iedereen gelijk een glas bier of wijn in de handen krijgt. Het is daar niet zoals hier met dat ene kopje koffie dat je bij binnenkomst eerst krijgt.”

“Dat vond ik vroeger bij mijn schoonouders dan ook altijd zo heerlijk: dat kneuterige. Dat éné kopje koffie met dat éné koekje dat je krijgt. Want dan ging de trommel weer dicht en ging die weer weg. Bij ons in Duitsland was het gewoon taarten op tafel en pak maar. Ik had een tante die graag bakte. Dan stonden er voor twee of drie personen drie grote taarten op tafel en dan moest je maar eten. Mijn vader zei als hij hier was: ‘Je kunt hier wel wonen maar die trommel blijft staan! Niet maar één koekje.’ Daar kon ik hem dan lekker mee plagen. Dan zei ik: Ik moet mij hier aanpassen, één koekje.”

“Maar de gezelligheid van die zondagen dat ik in Nederland was, die was er door de weeks niet. Toen ik hier net was zei ik dat, zou mijn man eerder overlijden, ik gelijk weg zou zijn. Geen twijfel over mogelijk. Maar nu niet meer.  Ik vind daar na al die jaren ook niet meer terug wat ik achtergelaten heb. De kinderen zijn groot, iedereen daar is ook verder gegaan. Ik voel mij nu ontzettend fijn hier.”