Nog maar 28 jaar en al zoveel meegemaakt: Salma Terkawi is negen maanden geleden uit de Syrische hoofdstad Damascus gevlucht. Nu woont ze in Nederland, samen met haar zoontje en haar man. Hier voelt ze zich veilig, maar ze moest wel wennen aan Nederland. Ik sprak met Salma over de oorlog in Syrië en hoe het is om nu in Nederland te wonen.

Door Milou Tautz

Portretfoto Salma ter Kawi‘Een paar maanden geleden ben ik met mijn zoontje naar Nederland gevlucht. Wij zijn met het vliegtuig naar Nederland gekomen, maar mijn man, die al een jaar eerder hierheen was gekomen, reisde illegaal met de boot en grote delen ook lopend. Het was een moeilijke tijd toen mijn man naar Nederland aan het reizen was. Hij had eens tien dagen niks van zich laten horen, dat was vreselijk. Mijn ouders zijn nog steeds in Syrië en daar blijven ze ook omdat ze hun huis niet willen verlaten. Gelukkig hebben we elke dag contact via de telefoon en via Skype.’

‘Enkele vrienden van mij zijn gevlucht naar Duitsland en Turkije. Wij zijn naar Nederland gekomen, omdat we over dit land goede verhalen hadden gehoord. De mensen zijn aardig en behulpzaam. We worden hier geholpen zonder dat we het hoeven te vragen. Aan het begin moest ik wel wennen aan Nederland, vooral aan het vervoer. In Syrië is het niet normaal om te fietsen, daar neem je meestal een taxi. Het weer is natuurlijk ook heel anders, vergeleken met Syrië is er hier geen zomer.’

‘In bepaalde delen van Syrië zijn vrouwen niet vrij. Zoals in Racca waar je als vrouw weinig rechten hebt. Wij woonden in Damascus, daar mag je doen wat je wilt. Het is er ook niet verplicht om een hoofddoek te dragen, terwijl je in andere gebieden in Syrië vermoord zou worden, als je je haar niet bedekt. Maar omdat wij in Damascus hebben gewoond merk ik wat vrijheid betreft geen grote verschillen tussen Nederland en Syrië. Daar ben ik blij om want vrijheid is iets waardevols.’

‘Hier in de buurt woont nog een andere Syrische familie, daar hebben we wel contact mee. Maar we praten met hen niet over de oorlog, dat is vaak te moeilijk voor mij en soms ontstaan er ook conflicten als je over de politiek in Syrië gaat praten. Met Nederlanders heb ik helaas niet zoveel contact, dat zou ik wel graag willen, zo kom je namelijk meer te weten over hen.’

‘Als ik de Nederlandse taal beter ken, wil ik hier graag gaan werken. In Syrië heb ik business administration and marketing gestudeerd, hopelijk valt hierin werk te vinden in Nederland. Of we na de oorlog terug gaan naar Syrië is nog maar de vraag, mijn zoon is dan waarschijnlijk gewend aan Nederland en mijn leven ziet er dan misschien ook wel heel anders uit. Maar voor bezoek zouden we zeker teruggaan.’