30 jaar geleden nam Arthur Jansen het besluit om zijn familie, vrienden, werk en leven op te geven en te verhuizen naar Nederland. Arthur heeft ruim 20 jaar gewoond en gewerkt op Curaçao, dit als techneut bij de Coca-Cola fabriek en als bodybuilder. Nadat hij verplaatst was naar Aruba is het langzaam allemaal veranderd voor Arthur Jansen, uiteindelijk besluit hij dus te gaan verhuizen en zijn geluk te gaan zoeken in Nederland. Geen probleem zou je zeggen, aangezien hij gewoon de Nederlandse nationaliteit heeft. Maar dat bleek toch allemaal wat anders te lopen. 

Geschreven door Mark den Hollander

‘Het moment dat ik uit het vliegtuig stapte in Nederland voelde ik me thuis. Ik voelde me niet vreemd in het land, ik heb altijd mijn best gedaan op Curaçao om bij de Nederlandse bevolking te horen. Na een inburgeringscursus te hebben gevolgd, was ik officieel Nederlander. Tijd om een toekomst op te bouwen. Uiteindelijk ben ik hier opzoek gegaan naar werk, wat niet meeviel, ik heb vaak in situaties gestaan waarin ik het gevoel heb dat ik niet serieus genomen word. Dit gevoel heb ik vooral in de kleinere steden. In de randstad voel ik mij thuis. Hier in Heerenveen word ik soms genegeerd bij het groeten van voorbijgangers, en krijg ik wisselgeld bij de supermarkt nog net niet naar me toegegooid.’

‘Ik doe ontzettend mijn best doe om werk te vinden, de eerste sollicitatieronde kom ik vaak door omdat ik met mijn naam Arthur Jansen gewoon wordt gezien als Nederlander. Maar zodra ik telefonisch contact krijg of langs kom, dan komen juist de problemen. Ik heb een keer een baan aangeboden gekregen bij een uitzendbureau. Bij aankomst op locatie zagen ze mijn huidskleur en was de baan niet meer beschikbaar. En op de gemeente hoef ik al helemaal niet te rekenen. Ik klop regelmatig aan bij de gemeente met ideeën om mensen zoals ik aan het werk te krijgen. Helaas heb ik nooit het gevoel dat ik serieus genomen word, er wordt gewoon niet naar mij geluisterd. Vaak merk ik dat de blanken voor elkaar opkomen en denken, ach laat die antiliaan maar.’

‘Gelukkig helpt mijn geloof mij ook door zulke periodes. Mijn band met God als Katholiek is iets wat mij door veel zware periodes geholpen heeft, van het verlies van maar liefst twee kinderen tot het vinden van een goede woning. Maar naar de kerk ga ik niet, daar geloof ik niet zo in. God is iets wat in mij leeft, iets wat alleen ik kan begrijpen.’

‘En dan woon ik hier misschien wel in een getto, maar getto staat niet voor achterstand, getto staat voor het gevoel van een buurt. Het klaar staan voor je buren en je naasten. Uiteindelijk is het voor mij bijna onmogelijk om hier normaal in de samenleving te functioneren. Dit komt vooral door de papiertjesmentaliteit van Nederland, zonder papiertje ben je niks. Het maakt niet uit hoe hard ik mezelf probeer te bewijzen. Mensen geven mij gewoon geen kans. Ik weet bijna zeker dat dit door mijn huidskleur komt.’

‘Spijt om hier in Nederland te gaan wonen heb ik zeker, maar er mogen zeker wel dingen veranderen, ik ben blij met waar ik woon en ik organiseer zeker eenmaal per jaar een buurt barbecue om de buurt bij elkaar te houden en er zo voor te zorgen dat iedereen het fijn heeft. Ik accepteer zoals mensen zijn, pas je aan waar je bent, vorm een gemeenschap. En anders ga je maar weg. Je maakt gebruik van de gastvrijheid van een land, dus je past je maar aan.’