FullSizeRender‘Mijn naam is Noah Staphorst, ik ben 19 jaar oud en woon in Lelystad. Ik ben half Surinaams, half Nederlands. Mijn moeder is Nederlands, mijn vader Surinaams. Mijn oma is met mijn vader naar Nederland gekomen in 1970. Hij was toen 4. Omdat Suriname een kolonie van Nederland was, was het makkelijk om hierheen te komen. In Nederland waren meer banen. Mijn oma is hierheen gekomen om een toekomst op te bouwen.’

Door Roy Prent

‘We vieren geen Surinaamse feesten. Wel kookt mijn moeder vaak Surinaams en is er op verjaardagen eten in overvloed. Dit is typisch Surinaams. We vieren wel Nederlandse feesten. Later wil ik zowel Nederlands als Surinaams gaan koken. Ik ben dol op zuurkool en boerenkool.’

‘Ik voel me Nederlands. Ik heb me altijd Nederlander gevoeld. Sinds ik in Zwolle studeer realiseer ik me pas dat ik half Surinaams ben. Hier zien mensen mij als allochtoon. Dit ben ik niet gewend. Op de middelbare school was de helft van mijn klasgenoten allochtoon. Heel Flevoland is erg multicultureel.’

‘Ik voel me niet alsof ik buiten de groep val, maar ik merk wel dat mensen mij anders zien dan ik mezelf zie. Ik zie mezelf als Nederlands meisje met een kleurtje. Mensen bij mij op school in Zwolle zien me meer als allochtoon. Dit merk ik doordat mensen vragen of opmerkingen hebben. Dan denk ik, ‘ja mijn moeder is ook gewoon blond, net als jullie moeder.’ Ik voel me soms wel een beetje gediscrimineerd.’

‘Mijn vriend is half Surinaams, half Marokkaans. Hij was na de aanslagen in Brussel op het station van Amsterdam. Daar werd hij gevraagd om zijn gegevens te laten zien. Dit vroegen ze niet aan de blonde jongen die voor hem liep. Hij voelde zich gekwetst en buitengesloten. Hij is net zo geschrokken van de aanslagen als alle andere mensen. Hij is hier net zo op tegen als wij.’

‘Ik denk dat we onze kinderen Nederlands op zouden voeden omdat we allebei Nederlands zijn. Wel wil ik mijn kinderen het warme en gastvrije van de Surinaamse cultuur meegeven.’

 ‘Ik zit in een gemengde vriendengroep. Een deel is oer-Hollands, een deel is allochtoon. Mijn vriendinnen zijn allemaal hetzelfde. De autochtone vriendinnen die ik heb zijn hetzelfde als wij allemaal. Het valt mij niet op dat zij anders zijn dan mijn andere vriendinnen.’

 ‘Ik heb echt een Nederlandse mentaliteit. De Surinaamse mentaliteit is erg relaxt. Als het vandaag niet komt, komt het morgen wel. Zo ben ik niet. Als je met een Surinamer om twee uur afspreekt, komt hij pas om 4 uur. Mijn vader heeft net als ik de Nederlandse mentaliteit. Als je in een land leeft waar het altijd warm is kun je je niet teveel zorgen maken. Daar is het veel te warm voor.’

‘Op vakantie vind ik de warmte wel lekker. In de winter slik ik vitaminepillen omdat ik anders echt geen energie heb. Mensen met een kleurtje hebben meer zon nodig dan mensen die blank zijn. Dat merk ik goed.’

 

‘Mensen als Geert Wilders maken mij bang. Zulke mensen versterken het wij-zijgevoel. Ik ben hier geboren en voel me 100 procent Nederlands. Ik vind dat hij een haatzaaier is. Dit maakt me bang omdat ik mezelf niet als allochtoon zie, maar andere mensen mij wel zo zien. Ik ben bang voor de gevolgen daarvan. Dat als puntje bij paaltje komt, ik ook aan de ‘verkeerde’ kant sta en het land uitmoet.’