MalkiIn Syrië was ik docent, ik gaf les aan alle klassen. In het dorp waar ik woonde zaten drie tot vier kinderen in één klas. Het was een klein dorp, later ben ik in de stad gaan wonen. Mijn leven was daar heel anders dan hier. Wij hadden als kind niet veel, bijvoorbeeld geen stroom, maar het leven was wel goed. Totdat ik problemen kreeg met de regering. Het leven in Syrië beviel mij niet meer, ik besloot te vluchten. Ik nam het vliegtuig naar Zweden en moest via Schiphol. Hier in Nederland zag ik kansen. Op dat moment kon ik kiezen om verder te reizen naar Zweden of asiel aan te vragen in Nederland. Ik heb gegokt en asiel aangevraagd in Schiphol. Allereerst moest ik formulieren invullen van de IND. Daarna moest ik wachten. Het was een moeilijke tijd, je weet niets en het wachten duurde lang, heel lang.

Door: Tim Woldering

Na een paar maanden wachten, werd ik naar een opvangcentrum gestuurd in Slagharen. Daar moest ik weer wachten. Via het COA kreeg ik een huis in Rossum, een klein dorpje in Overijssel. De cultuurverschillen waren groot. Ik viel erg op met mijn zwarte haren. Iedereen keek mij aan en kinderen kwamen nieuwsgierig kijken. Ik had tijd nodig om te wennen aan het Nederlandse leven. In Oldenzaal, een stad verderop, moest ik de Nederlandse taal leren.

Na vier jaar in Rossum te wonen, ben ik verhuisd naar Oldenzaal. Ik sprak de Nederlandse taal op niveau drie en moest werk zoeken. Ik kwam terecht bij het Twents Carmel College. Leraar kon ik hier niet worden, maar wel een conciërge. Je voelt je tussen al die Nederlandse leerlingen wel anders. De eerste twee jaar vond ik niet leuk, maar gelukkig hebben mijn collega’s, die hier nu nog steeds werken, mij geholpen. Inmiddels werk ik hier al 18 jaar als conciërge, de band met leerlingen is goed en ik vind het werk leuk.

In 1995 kreeg ik een Nederlands paspoort. Op papier ben ik Nederlander, maar voor mijn gevoel ben ik 50 procent Syriër en 50 procent Nederlander. Ik kan mijn vaderland niet vergeten, ik ben daar geboren en opgegroeid. Mijn vrouw spreekt geen Nederlands, thuis spreken we Arabisch. Gelukkig kan dat in Nederland. Het is een vrij land. De cultuurverschillen zijn groot, maar zo lang je de Nederlandse regels respecteert is er niets aan de hand.

In Oldenzaal heb ik geholpen met de opvang van vluchtelingen. Zij maken mee, wat ik vroeger heb meegemaakt. Het is moeilijk om in een vreemd land te komen en je direct aan te moeten passen. Ik heb ze mijn verhaal verteld, ik heb ze laten zien waar ik woon en wat ik doe. Ik gaf ze iets meer duidelijkheid.

Elke dag ben ik bang dat er wat met mijn familie in Syrië gebeurt. Ik heb ze al 13 jaar niet meer gezien. Gisteren was er nog een explosie bij mijn oude stad. Mijn ouders willen niet vluchten en kunnen het niet meer. Zo lang er oorlog is kan ik ze niet zien. Natuurlijk is er hoop, maar deze oorlog gaat nog lang duren.