Portretfoto Marcel Titalepta 640x427Marcel Titalepta. Als je zijn naam leest zou je niet verwachten dat hij Fries spreekt. Zelf is hij geboren en getogen in Friesland, maar zijn opa en oma komen uit Indonesië. Hij vertelt onder andere waarom ze naar Nederland zijn gekomen, hoe het komt dat hij Fries spreekt en over de grootste cultuurverschillen tussen Nederland en Indonesië.

Door Nynke Bruinsma

 “In 1950 zijn mijn opa en oma naar Nederland gekomen. Mijn opa had een functie in Indonesië die vergelijkbaar is met die van de Commissaris van de Koningin. Dit was nog in de tijd dat Nederland bij Indonesië hoorde. Nadat Indonesië een republiek werd, kreeg mijn opa een reputatie als landverrader, want hij hoorde bij Nederland en dus eigenlijk niet bij Indonesië. Hij heeft toen alles verkocht om een boottocht te kopen naar Nederland. Ze kwamen in eerste instantie aan in IJmuiden. Daarna verbleven ze heel kort in Bolsward, waarna ze met zeven kinderen in het Friese plaatsje Marrum werden geplaatst.”

Nederlander of Indonesiër?
“Ik voel me Nederlander. Dit komt eigenlijk ook door de historie van mijn familie. Mijn opa werkte namelijk voor de Nederlandse regering en hij vond het erg belangrijk dat er Nederlands werd gesproken toen ze eenmaal in Nederland waren. Uiteraard heb ik wel veel affiniteit met de Indonesische cultuur. Het eten is daar een voorbeeld van. Ook zijn er bepaalde trekjes die ik overgenomen heb van mijn familie. Zo hebben we bijvoorbeeld een kort lontje. In die zin kun je zeggen dat we vrij temperamentvol zijn.”

 Terug
“Ik ben in 2009 in Indonesië geweest. Toen ben ik drie weken wezen backpacken. Ik heb toen het hele eiland Java gezien. De laatste paar dagen ben ik nog op Bali geweest om uit te rusten. Mijn opa en oma komen uit Java, dus we hebben geprobeerd om daar wat plaatsen op te zoeken waar ze gewoond hebben. Zo ben ik bijvoorbeeld in Bandung geweest, maar daar kon ik niets terug vinden, want het was allemaal verbouwd. Ik ben ook in Jogjakarta geweest en daar hebben we het huis gevonden waar mijn opa en oma vroeger hebben gewoond. Dit was heel bijzonder.”

 De Fryske taal
“Mijn vader praatte als eerste Fries. Hij was de jongste van zeven kinderen en hij is geboren in Nederland.  Mijn opa en oma waren toen al wat op leeftijd en daarom is hij min of meer opgevoed door het dorp. Zo hielpen de buren bijvoorbeeld, maar ook zijn eigen zussen. In het dorp en op zijn school werd er Fries gesproken, dus eigenlijk is dat er zo ingesleten. Mijn moeder spreekt ook Fries, dus vandaar dat het bij mij ook zo is.”

 De typische Nederlander
“Ik merk dat de Nederlanders over het algemeen wat nuchterder zijn. Ze zijn ook veel directer. Vroeger was het volgens mij ook wat killer. Toen ik bij mijn pake en beppe kwam, dus de ouders van mijn moeder, was het daar ook altijd letterlijk koud in huis. Je moest de verwarming niet te hoog zetten, want dat kostte allemaal geld. Het waren echte boeren. Hun doen en laten was ook allemaal wat killer. Bij mijn opa en oma was het veel warmer. Iedereen was welkom. Als je bijvoorbeeld rond vijf uur bij een Indonesiër aanbelt, dan zeggen ze: ‘kom gauw binnen! We gaan net eten, dus schuif maar lekker aan.’ Als je dit bij een traditionele Nederlander doet krijg je vaak te horen: ‘mooi dat je er bent, maar we gaan eigenlijk eten.’ Met andere woorden: ga maar weer weg. Zo kun je denk ik het grootste verschil tussen de twee culturen wel een beetje omschrijven.”