P3064426Tweeëntwintig jaar was Ambré Hyppolite, toen ze in 1969 Suriname voor Nederland verruilde. Ze wilde werken in het onderwijs en verliet haar moederland om in te trekken bij haar toenmalige echtgenoot in Nederland.

 

Door: Ciara van Wingaarden

Ik heb een fantastische jeugd gehad, met heel liefdevolle ouders. Mijn drie broers waren als vaders voor me en van mijn moeder mocht ik alles. Na het krijgen van drie zoons hoopte ze al zeven jaar op een meisje en eindelijk was ik daar. Ik was altijd haar meisje en dat liet ze zo vaak mogelijk blijken. Toen ik naar de kweekschool ging, wat nu pabo is, zag ik het licht. Ik haalde hoge cijfers en ik had zoveel plezier in wat ik deed. Ik trouwde in 1969 in Suriname en vier dagen daarna vertrok mijn toenmalige echtgenoot naar Nederland. Na een paar maanden volgde ik en ik haalde hier mijn hoofdakte waarmee ik directrice van een basisschool kon worden.’

‘De dag van mijn aankomst in Nederland herinner ik me nog goed. Het was Eerste Kerstdag en heel koud. Het was heel gek voor mij. Mijn man had een kamer kunnen regelen in Amsterdam. In Suriname leef je zoveel mogelijk buiten en ineens kwam ik hier in een koude winter, waar je veel thuis bent. Als iemand gevraagd had wat ik wilde in die eerste maanden, dan wilde ik heel graag terug naar Suriname. Gelukkig werd het daarna beter.’

‘Na mijn studie werd ik al snel hoofd van een basisschool in Buitenveldert. Het is me voor de wind gegaan, maar ik heb er ook hard voor geknokt. Ik werd daar op handen gedragen. Alles wat ik doe, doe ik namelijk met heel veel liefde. Als ik ja zeg kun je op me rekenen, dan zal ik me daar met liefde voor inzetten.’

‘Ik vind het hier in Nederland zo fijn, ik zie het echt als mijn thuis. Ik heb ook nooit het gevoel gehad dat ik werd gediscrimineerd. Af en toe is er iemand die denkt dat je een asielzoeker bent of dat je de taal niet machtig bent. Ik schud dat snel van me af, want je moet je nooit minder voelen als iemand zoiets over je zegt. Ik denk dat ik die eigenschap van mijn moeder heb, zij is de reden dat ik zoveel liefde kan geven.’

 ‘Met deze instelling vind ik het moeilijk om te zien dat de politiek zo verhardt. De manier waarop de politici met elkaar praten wordt snel overgenomen door burgers. Natuurlijk mag je alles zeggen, maar je moet opletten dat je niet iemand kwetst door de manier waarop je iets zegt. Ik hoop dat Nederland kan worden zoals de buurt waar ik woon. Er is grote sociale controle en de mensen die hier wonen houden vaak een oogje in het zeil. In Suriname is dat nog heel gewoon, daar gaat iedereen met elkaar om alsof ze broers en zussen zijn.’

‘Ik vind het leuk dat Nederland zo multicultureel is. Allemaal mensen van één soort bij elkaar lijkt me niet zo geweldig. Terroristen moeten geweerd worden, zonder meer. Maar voor de rest moet iedereen een kans krijgen in dit land. Als je goede bedoelingen hebt dan ben je wat mij betreft welkom. Waarom niet? Als we ons meer concentreren op de kinderen binnen de samenleving dan ben je al op de helft. Zij komen voor mij op de eerste plaats, ze zijn het volk van de toekomst. Als je ze verpest als kind, heb je later ook verpeste volwassenen. We moeten zoveel mogelijk voor ze klaar staan en helpen waar we kunnen.’