IndonesieWe stonden op een berg en keken toe hoe de zon langzaam opkwam achter een vulkaan. Twee Indonesische studenten, een klasgenoot en ik. Ik was 11.000 kilometer van huis en de Indonesische studenten kende ik nog geen week. Maar nu stonden we hier, op deze berg, en bewonderde ik het mooiste uitzicht dat ik ooit had gezien.

Door Kirsten Ronda

Een halfuur eerder, om 4.30u, knalde onze huurauto tegen een hekje en raakte vast in een greppel. Het boerenlandweggetje was meestal verlaten, maar niet tijdens het ochtendgebed. Met tien man begonnen we aan het voertuig te sjorren. Eindelijk kwam hij vrij. Pas als het helemaal licht was, zouden we zien of de huurauto was beschadigd. Tot die tijd stonden we met z’n vieren op de berg. Dat schepte een band.

Met mijn mede journalistiekstudenten vloog ik in april vorig jaar binnen 19 uur naar Indonesië. En ondanks de zeven artikelen die we moesten schrijven, had ik me nog nooit zo vrij gevoeld. We maakten ons met Indonesische studenten belachelijk in een karaokebar, ik reed achterop een brommer langs rijstvelden en beklom een vulkaan in een schuddende jeep. Zo’n kans hebben mijn opa en oma nooit gekregen. Anderhalve eeuw geleden kwamen de meeste mensen hun eigen land niet eens uit. En nu zijn er auto’s en vliegtuigen die ons de mogelijkheid geven om de hele wereld te zien en ons onder te dompelen in andere culturen.

De wereld is een stukje kleiner geworden in de afgelopen eeuw. Als we naar Frankrijk of Italië rijden, worden onze paspoorten vaak niet eens gecontroleerd. Ik hoop in de komende jaren nog te gaan backpacken in Australië, vakantiewerk te doen in Wales en een roadtrip met vrienden te maken in Amerika. Het zijn allemaal dromen. Bij de honderden generaties voor ons bleef het vaak bij dromen. Maar ik leef in 2015. En nu is het de realiteit.

 

19 februari 2015