MoslimaZe kijkt verbaasd door het autoraam van mijn rode Toyota Aygo. Door de spiegeling van het glas zoekt ze oogcontact en ik knik dat ze over mag steken. Achter mij ontstaat een rij van vier, misschien wel vijf auto’s. Tot een paar centimeter van mijn achterkant dringt een donkergroene Range Rover zich op. Het is druk om 17.30 uur in Heerenveen. Toch blijf ik staan. De voetganger heeft een Arabisch uiterlijk en draagt een hoofddoek.

Door: Geart van der Pol

De aanslagen in Parijs, de minder-minder van Wilders en de documentaire van Sunny Bergman. Het is de optelsom die ervoor zorgt dat ik oosterse allochtonen discrimineer. Ik begroet ze overdreven op straat, laat ze bij de kassa eerder voor dan autochtonen, waarna mijn vriendelijkheid direct omslaat in angst en boosheid. Bang dat ik ze in verlegenheid breng, boos omdat ik onderscheid maak.

Boos dat ik ‘ze’ schrijf in de vorige alinea. Dat ik individuen als een groep taxeer. Dat ik überhaupt taxeer. Kijk mij eens de onderbuik laten regeren. De ratio voert bij mij toch altijd de boventoon? Van huis uit ontken ik toch rassen? Het zien van verschillen is de eerste stap naar discriminatie en racisme. Dat vind ik nog steeds. Maar wat zijn mijn principes waard als ik zo over straat loop? Ik word nog kwader.

Kwader omdat ik medelijden heb met mensen in het verdomhoekje. Het afvoerputje van de maatschappij. Kwaad ben ik op de Oost-Groninger uit Oude-Pekela die in Pownews roept dat kansarme asielzoekers op moeten rotten, omdat ze te veel geld kosten. Terwijl die Oost-Groninger zelf óók in het verdomhoekje zit. Verdomhoekjes waar groepen bewust of onbewust in worden gezet. In mijn geval door positieve discriminatie. Kwaad ben ik op Marine Le Pen, Pownews en Fred Teeven. Kwaad ben ik op de populisten. Woest als ik besef dat ik gelijkenissen met ze vertoon. Dat ik ongewild in dezelfde hokjes denk als zij.

Ik sla op mijn stuur. Op de onderkant, zodat de vrouw met het Arabisch uiterlijk en de hoofddoek het niet ziet. In de spiegel zie ik het chagrijnige gezicht van de man in de groene Range Rover. Ondertussen wuift de overstekende vrouw vriendelijk. Nu het licht goed staat en ik oogcontact heb, lach ik terug. Net iets te breed en geforceerd.

Verdomme, straks denkt ze dat ik haar uitlach.