transgender-logoSanne* (23) is een MV-transgender: ze is geboren als man, maar is nu een vrouw. Mensen met genderdysforie identificeren zich met iemand van het andere geslacht. Van binnen zijn ze vrouw, van buiten man of andersom. Ze zitten opgesloten in een lichaam van het verkeerde geslacht.

Door Lisanne van de Bunt

"'Wanneer ik vanavond boven ben, knip ik mijn piemel eraf', zeiden sommige jongens op de kinderpoli voor transgenders in Utrecht. Daar kwam ik terecht nadat mijn ouders een verhaal lazen over genderdysforie en alle puzzelstukjes op hun plek vielen. Ik was pas zes, maar ontwikkelde me heel anders dan mijn jongere broertje, al konden mijn ouders tot dan toe niet plaatsen hoe. Op de kinderpoli werd ik geobserveerd door een psycholoog, die vaststelde dat ik inderdaad genderdysforie had.

Roze tutu’s

Ik wilde meisjeskleding dragen, maar mijn ouders remden dat af. Niet omdat ze erop tegen waren, maar omdat ze me tegen mijzelf wilden beschermen. Transgenderkinderen slaan soms door en komen dan plotseling in roze tutu’s op school. We bouwden het daarom rustig op, zodat zowel ikzelf als mijn omgeving aan het idee kon wennen.

In groep zeven mocht ik voor het eerst uniseks kleding dragen. Mijn eerste setje zal ik nooit vergeten. Het was in de zomer, dus ik kreeg een crèmekleurige, aansluitende driekwartsbroek met een splitje bij de knie en een lichtbruin T-shirt met een donkerbruin zoompje. Ik deed ze het liefst elke dag aan, zo van: 'Dit zijn míjn meisjeskleren!' Sander verdween naar de achtergrond, in die kleren was ik Sanne. Ook aan de buitenkant.

Transformatie

Toen ik mijn eerste okselhaar kreeg, deed ik echt even een vreugdedansje. Vanaf dat moment kreeg ik elke maand een spuit met puberteitsremmers. Ik bleef een jongetje, terwijl leeftijdsgenoten veranderden in een man. Vanaf mijn zestiende kreeg ik naast puberteitsremmers ook hormonen, waardoor ik vrouwelijke vormen kreeg. In die tijd had ik zo’n twee keer per jaar een afspraak met een psycholoog van het ziekenhuis om te praten over mijn genderdysforie. Ze moest zeker weten dat ik niet van gedachten veranderd was, want als het er eenmaal af is, kan het er natuurlijk niet meer aangeplakt worden.

Mensen vertellen over mijn genderdysforie vind ik eng, omdat ik bang ben dat mensen niet meer met me om willen gaan. Op de basisschool was iedereen gewend aan de situatie, ze groeiden met me mee. Maar op de middelbare school wist niemand het. ‘Hoi, ik moet jullie iets vertellen’, zei ik tegen mijn klas. ‘Jullie kennen me als Sanne, maar ik ben als Sander geboren.’ Ik was zo zenuwachtig, dat ik verder niets wist te zeggen. Elk jaar gaf ik mezelf drie maanden om ‘gewoon’ te zijn, voor ik mijn verhaal vertelde. Ik was altijd bang voor gemene opmerkingen of gelach, maar het kwam nooit. Iedereen stond er open voor.

Hoewel ik leek op een meisje, werd ik dat pas echt op mijn achttiende. Tijdens de eerste operatie is een stukje uit mijn darm gehaald, waarvan ze de binnenkant van de vagina hebben gemaakt. Vervolgens hebben ze van de balzak schaamlippen gemaakt en van de eikel een clitoris. De binnenste schaamlippen zijn in een tweede operatie geperfectioneerd. Na de operatie mocht ik stoppen met de puberteitsremmers, omdat de balzak – waar mannelijke hormonen vandaan komen – verwijderd was.

Geheim

Na mijn operatie vond ik het moeilijker om mensen te vertellen over mijn genderdysforie. Nu ik ook lichamelijk een meisje was, zag niemand zien dat ik ooit een jongen was. Ik was Sanne, van binnen en van buiten. Eindelijk was ik vrij om mezelf te zijn, dus toen ik naar het hbo ging, besloot ik niemand iets te vertellen – alleen goede vrienden. Maar wanneer is iemand een goede vriend? Na twee maanden? Een half jaar? Een jaar? Ik weet het niet. Ik wachtte op het goede moment, maar dat moment kwam niet.

Als ik nu terugdenk aan die periode, heb ik het best lastig met het feit dat ik niemand verteld heb dat ik transgender ben. Door openheid en zelfspot kan ik leven met mijn genderdysforie. En hoewel het fijn was om gewoon Sanne te zijn in plaats van ‘het transgender meisje’, werd ik doodongelukkig van het stilzwijgen van een deel van mij.

Levenslang

Ik dacht dat het klaar zou zijn na de operatie, maar dat is niet zo. Ik draag dit altijd met me mee en zal het altijd tegenkomen. Als ik nieuw werk heb, als ik nieuwe mensen ontmoet, als ik relaties aanga: wanneer vertel ik het? Vertel ik het überhaupt? Ik ben hetero, dus ik val op mannen. Ik heb twee keer een relatie gehad, één keer met iemand die het van tevoren wist, één keer met iemand die het niet wist. Gelukkig reageerde hij goed, hij begreep het en steunde me. Als mijn partner heel graag kinderen van zichzelf wil, vormt dat ook een probleem, want die ik kan ik hem natuurlijk niet geven. Daar heb ik zelf niet zoveel moeite mee – het is een consequentie van de operatie – maar het maakt een relatie wel ingewikkeld. Want houdt het daar dan op? Ik weet het niet.

Laatst sprak ik met een taxichauffeur die ook transgender was. Hij zei: ‘Wat zonde dat je bijna geen make-up draagt. Je wilde al die tijd vrouw zijn, dan wil je er nu toch supervrouwelijk uitzien?’ Ik vind dat raar, want vrouw zijn zit bij mij niet in de make-up, hakken, jurkjes of lang haar. Daar gaat het helemaal niet om. Ik wil juist een normale vrouw zijn, geen als vrouw verklede man. Ik ben nu vrij om te zijn wie ik wil zijn. Ik ben Sanne. Gewoon Sanne.”

Journalistiekstudenten van hogeschool Windesheim in Zwolle, hebben vanuit hun eigen perspectief het onderwerp vrijheid onderzocht en daar een verhaal over geschreven voor ons magazine. We hebben uit alle verhalen de beste geselecteerd.

*De naam van de hoofdpersoon in dit verhaal is gefingeerd om persoonlijke redenen.