olofOnder de dekens, licht aan het voeteneind waar ik langzaam naartoe kruip. De zeelucht briest me zachtjes tegemoet en ik hoor het gekrijs van meeuwen die achter de netten van een wit bootje vissen dat zich wiegend een weg door het water baant. In de verte wordt Spaans gesproken, Frans, Italiaans, Portugees of iets nog exotischers. Woorden die ik niet versta, woorden die akkoorden vormen, zangerig, licht, dansend op de trillende hitte van de namiddagzon. Ik kijk om me heen, maar zie niemand.

De stemmen zijn weggestorven achter de stuivende toppen van de duinen die de wereld aan het oog onttrekken. Er is alleen dit strand, de zee, de golven die zich stukbijten op de kust, uitrollen en zich zonder haast terug laten zakken, donkere sporen trekkend in het zand. En ik in de kleren die ik gisteravond aantrok om me tegen de kou van de nacht te beschermen.

De zon brandt, het water lokt, kleine golfjes schitterend als de zilveren schubben van een vis die zich loom aan het oppervlak laat drijven. Op deze plek is alles wat het lijkt te zijn, alles is puur, echt en alleen mijn kleren hangen me als leugens om het lijf. Ik trek ze uit, zonder schaamte, en gooi ze naast me in het zand waar ze oplossen voor mijn ogen. Ik zoek de branding op en voel hoe het water zich om mijn enkels windt, me steeds verder de zee in zuigt, totdat mijn lichaam als een eiland het enige is dat haar eindeloosheid breekt. 

Mijn hoofd is leeg, alles wat ik leef, is wat er is, alles wat ik wil, is wat ik doe. Een gevoel bestormt mijn naakte lijf, overspoelt het en vult mijn geest met lichtheid. Ik heb het nooit kunnen beschrijven, maar heb geen definitie nodig om te weten wat het is; vrijheid, absolute, volmaakte vrijheid die zich van me meester maakt, voor even, want het ware leven roept in de vorm van een wekker die naast me staat te schreeuwen dat ik op moet staan. Ik zucht, ik kreun, steun en zikkeneur voordat ik de loodzware dekens van me afsla en de kou van alles om me heen haar lange armen eerst om mijn buik en dan om mijn hele lichaam slaat. Waarover ik droomde ben ik al weer vergeten, verdrongen door de monotone beslommeringen van alledag.

Ik douch de eerlijkheid van me af en verhul mezelf in geuren die mijn geslacht en aantrekkelijkheid dienen te versterken. Dan zoek ik de kleren uit die moeten vertellen wie ik bent en waar ik voor sta. Dat is beter dan het zelf te doen, want ik weet het eigenlijk niet zo goed en ben bang om me te verslikken in mijn persoonlijkheid. Het ontbijt is niet echt lekker, maar wel gezond, superfoods, want ik moet lang blijven leven om van alles mee te kunnen maken, al is het alleen maar om anderen erover te kunnen vertellen. Mijn auto en mijn kleren zijn van hetzelfde laken een pak. Ze weerspiegelen mijn succes of bevestigen mijn falen, dus tel ik wat meer neer per maand dan ik me eigenlijk kan permitteren, maar dat weet niemand en zelf doe ik ook hard mijn best het te vergeten, al lukt dat niet zo vanwege de zorgen om het geld.

Voordat ik de deur van mijn kantoor binnenstap om de dag te beginnen, vul ik mijn longen met rust en moed. Die acht sigaretten per dag zijn er al veel minder dan eerst en ik heb ze eigenlijk niet nodig. Ik kan stoppen wanneer ik wil, vertel ik iedereen, maar heb geen antwoord op de vraag waarom ik dat nog niet gedaan heb. Ik voel mijn hart een paar keer overslaan, maar sla er al geen acht meer op. De dokter heeft me gerustgesteld. Het is niks dodelijks, noch erfelijks, gewoon wat gezonde stress. ‘Je hebt het zeker druk op je werk’. Ik heb maar ja geknikt omdat me dat, in het licht van de diagnose, het meest coherente antwoord leek. Die dag kijkt mijn collega me zorgelijk aan van over zijn bureau gevuld met familiefoto’s, het scherm van zijn pc en de koffiemok die hij voor vaderdag heeft gekregen. Of ik wel goed geslapen heb? Ik mompel bevestigend en probeer te bedenken of dat ook werkelijk zo is. Mijn nachtrust overpeinzend bekruipt me een gevoel dat nergens strookt met de wereld om me heen, als een herinnering aan een ander leven, iets wat me is overkomen, maar niet beschrijven kan. En plots voel ik me opgesloten, geketend aan een leven dat niet het mijne is. Hoe ik hier verzeild ben geraakt, herinner ik me niet meer. Ze zeggen dat ik vrij ben en dat dit is wat ik koos. Maar dit voelt nergens als mijn keuze.

5 mei viert Nederland bevrijdingsdag, maar hebben we eigenlijk wel wat te vieren? Natuurlijk, 69 jaar geleden tekenden in Wageningen de Duitsers hun overgave en werd officieel heel Nederland verlost van de nazistische onderdrukker. Maar daar het draait niet meer om. Dat is niet meer voldoende. Zoals altijd in de geschiedenis koken de gebeurtenissen langzaam in totdat alleen het residu van de symboliek overblijft; vlaggen, ideeën en een enkele naam. Met het verdwijnen van de ooggetuigen, verdwijnt ook langzaam het leven uit de herinnering, verliest de nagedachtenis haar vanzelfsprekendheid. De jeugd weet vaak de precieze jaartallen al niet meer en wij spreken daar dan schande van. Onzin natuurlijk. De nabijheid van de geschiedenis vergroot valselijk het belang ervan, maar voor wie haar niet geleefd heeft is het allemaal eender; geschiedenis. Wij erkennen dit schoorvoetend en daarom is bevrijdingsdag niet meer de viering van een statisch feit, de capitulatie van de Duitsers, maar een feest ter ere van de vrijheid zelf. Maar als we de vrijheid in zijn algemeenheid vieren, rijst automatisch de vraag wat dat dan is en hoe vrij we eigenlijk zijn.

Vergelijk ons met de keuterboer van 500 jaar geleden, die onder dreigende Hollandse luchten door zijn zanderige akker ploegt voor een karige oogst waarvan zijn landheer en de bisschop meer op tafel terug zullen zien dan zijn eigen familie. Hij gehoorzaamt zijn edelman en vreest god. Hij kent slechts één geloof en zijn wil regeert enkel binnen de muren van zijn schamele huis dat hij moet delen met een uitgehongerd wijf, zijn bleke kroost en wat mager kleinvee. Zo leeft hij tot hij sterft, veertig jaren oud, het lichaam kapot gewerkt en in zijn hoofd niet meer dan droge korenaren en dat wat vanaf de kansel werd gepreveld. Hij weet niet van Amerika, noch wat een mango is en een aardbei in januari is humor die hij niet begrijpt.

Wij hebben meer dan hij, meer rechten, meer meningen, meer kennis en meer tijd. Wij kunnen kiezen te geloven in iets of niet, verkondigen zonder angst onze mening (en vaak ook zonder reden) en eten onafhankelijk van seizoenen waar we zin in hebben. De speelruimte is vergroot, de regels die zijn opgerekt, maar gemeten naar vrijheid, zijn wij net zo min vrij als onze ploeterende voorvader. Keuze is niet per definitie vrijheid, werk blijft werk, achter de ploeg of het bureau. En het feit dat je het hele jaar door bananen eet is een wonder der wetenschap, geen vrijheid. Wij weten meer dan ooit, maar zijn ons ook bewuster van hetgeen wij nooit zullen bereiken. Was die onrechtvaardigheid vroeger nog Gods wil en dus niet onrechtvaardig, nu is dat onze eigen schuld. We reizen af en aan van dorp naar stad, van land naar land en doorkruisen continenten. We leggen oneindige kilometers af, maar elke stap wordt vastgelegd, door anderen en door onszelf in reisdocumenten of in een blog. We lopen heel de wereld over, maar dan wel binnen de gebaande paden. 

De controle en manipulatie die ooit was voorbehouden aan kerk en staat bestaat nog steeds, is zelfs toegenomen en komt van overal. Zij is slechts heimelijker, listiger, slinkser. Zij is dwang, die geen dwang meer genoemd mag worden. Neem nu de laatste kentering in de Nederlandse sociaal-maatschappelijke structuur, van verzorgingsstaat naar participatie-maatschappij; de verplichting mee te doen. Werden we vroeger tot groot verdriet nog buitengesloten op het schoolplein, nu moeten we blijven knikkeren, hinkelen of hoepelen tot we er dood bij neer vallen. Want als we niet meer meedoen, kan de rest ook niet langer spelen. 

Ik weet, wij hebben het in Nederland heel goed, een relatief makkelijk en lang leven vol van vertier en afleiding. En verschijnt er ooit een depressie aan de horizon, omdat wij voelen dat het leven dat we leven niet het onze is, dan staan er rijen psychologen, coaches en yogatrainers klaar om volgens de laatste trend onze 'mind' een weg uit de misère te 'fulnessen'. Met vrijheid heeft dat echter niks te maken, zij werken slechts aan onze acceptatieplicht. Dat is misschien de meest eenvoudige weg naar gemoedsrust, maar zeker niet naar vrijheid. 'Homus homini lupus est', de mens is de wolf van de mensen, wij zijn het roofdier van onze eigen vrijheid. Ik leef de overtuiging dat absolute vrijheid niet bestaat, al is het alleen al omdat wij als mens, om samen te kunnen leven, altijd met anderen rekening moeten houden, of willen, of misschien wel automatisch doen, slaaf van onze biologische imprint. Die inperking van onze vrijheid hoeft ons, mijns inziens, niet te deren, al betekent het dat we nooit echt vrij zullen zijn. De meest zuivere vrijheid die ons rest is dat we dan tenminste onze eigen onderdrukker kunnen kiezen, enkel en uitsluitend onze eigen onderdrukker mogen zijn. En dat is waar één van de grote leugens van onze moderne wereld rust. Want wij worden geregeerd, nog steeds.

Door Olof Craenen.