street-fundraising“Meneer, wat kijkt u boos?” “Dat doe ik expres, daarmee hoop ik te voorkomen dat je me aanspreekt.” Foute inschatting, het meisje in de wit-groene Greenpeace-jas gebruikte mijn nurkse gezichtsuitdrukking als ingang voor een wervingsgesprek. Op drukke dagen mijd ik de binnenstad van Utrecht niet alleen vanwege de mensenmassa’s, maar ook vanwege de ergerlijke pogingen van wervers om je een donateurschap aan te praten.

In een relativerende bui kan ik op zich nog best begrijpen dat goede doelen op een commerciële manier proberen donateurs aan zich te binden, de financiële rekensom valt waarschijnlijk positief uit. Dat ik de afgelopen weken echter geen straat in kan lopen zonder dat kunstmatig blij kijkende volwassenen mij rozen aanbieden of heel graag in gesprek willen met mij over mijn visie op Utrecht, kan ik minder makkelijk vergeven. De holle leuzen die mij om de oren worden gesmeten in deze tijd van gemeenteraadsverkiezingen klinken als commerciële wervingsteksten die mij iets aan proberen te smeren dat ik eigenlijk helemaal niet wil hebben.

Net zoals dat ik weloverwogen en in vrijheid wil bepalen welke goed doel ik steun, wil ik ook mijn politieke keus zelf maken zonder het oppervlakkige geblaat van opdringerige volwassenen terwijl ik lekker rustig in het zonnetje door mijn ‘stadsie’ wandel.